Voor Limburgse gemeenten is de potentie over de grens het grootst. Banen en voorzieningen houden niet op bij de landsgrens. Toch kijken landelijke vergelijkingen voornamelijk naar het aanbod binnen Nederland, door de beperkte beschikbaarheid van grensoverschrijdende data. Voor het themaonderzoek van dit jaar heeft Atlas Research per gemeente een bereikbaarheidsscore berekend voor onder meer banen en woonplezier (voorzieningen zoals winkels, cultureel aanbod, attracties, parken) gewogen naar reistijd: eerst op basis van alleen binnenlands aanbod, daarna mét het buitenlandse aanbod erbij.
Voor
banen ligt het zwaartepunt van de bereikbaarheid zonder en met
buitenlandse banen in de Randstad (figuur 1), al draagt het buitenlandse aanbod wel
degelijk iets bij, voornamelijk voor gemeenten in Noord-Brabant en
Limburg. Bij de bereikbaarheid van woonplezier is een grotere
verschuiving te zien (figuur 2). Met het aanbod over de grens meegerekend
komen alle Limburgse en Noord-Brabantse gemeenten boven de landelijke
mediaan uit, net zoals bijvoorbeeld Arnhem, Nijmegen en Enschede. Voor
Groningen en Drenthe maakt het meetellen van het aanbod banen en woonplezier
over de grens minder verschil. Het potentiële belang van het
grensoverschrijdende aanbod voor gemeenten blijkt uit het aandeel van de
bereikbaarheidsscore dat uit buitenlands aanbod komt (figuur 3 en figuur 4). Van de vijftig grootste gemeenten staan
Heerlen, Maastricht, Venlo en Sittard-Geleen voor banen en woonplezier
bovenaan. Voor deze gemeenten komt grofweg twee derde van hun
bereikbaarheidsscore voor banen en woonplezier uit het aanbod over de
grens. Ook voor Enschede, Emmen en Bergen op Zoom komt ruim een derde tot
ongeveer de helft van de totale bereikbaarheidsscore uit banen en
woonplezier over de landsgrens.
Potentie over de grens wordt niet
automatisch benut
Bij banen is de kloof
tussen potentie en gebruik groot. Om dat te meten is met CBS-microdata
gekeken welk aandeel van de 15- tot 74-jarigen inkomen uit werk in het
buitenland heeft. Dat aandeel is in Maastricht, Bergen op Zoom en Venlo
het grootst, maar ook daar gaat het per gemeente om minder dan één
procent. Voor Maastricht komt bijvoorbeeld twee derde van de
baanbereikbaarheid uit buitenlandse banen, tegenover minder dan 1% van de
15- tot 74-jarige inwoners dat inkomen uit buitenlands werk heeft. Bij
woonplezier lijkt de kloof tussen potentie en gebruik kleiner. Uit een
enquête onder het Maastrichtse gemeentepanel blijkt dat vrijwel alle
Maastrichtenaren van 25 jaar en ouder (99 procent) het afgelopen jaar
minstens één activiteit in België of Duitsland ondernamen. Tanken,
boodschappen doen, natuurrecreatie, uit eten gaan en winkelen zijn de
populairste activiteiten van Maastrichtenaren over de grens (figuur 5). Uit de landelijke enquête Onderweg in
Nederland (ODiN) blijkt verder dat grensverkeer grotendeels autoverkeer
is: het openbaar vervoer is relatief ondervertegenwoordigd.
In
potentie hebben grensgemeenten een groter verzorgingsgebied dan uit
nationale statistieken blijkt, maar dit potentieel wordt niet automatisch
benut. Juridische, financiële en praktische drempels kunnen ervoor zorgen
dat het aanbod over de grens onderbenut blijft: denk aan taalbarrières, diplomaerkenning,
belastingregels, informatievoorziening en de beschikbaarheid van
grensoverschrijdende ov-verbindingen.
Woonaantrekkelijkheid en Brede
welvaart
In de
woonaantrekkelijkheidsindex staat Amsterdam op de eerste plaats, gevolgd
door Amstelveen, Leiden en Utrecht (figuur 6). De woonaantrekkelijkheidsindex meet hoe
aantrekkelijk mensen een gemeente vinden om in te wonen, afgemeten aan
wat zij bereid zijn te betalen voor kenmerken van die gemeente, zoals
bereikbaarheid, voorzieningen en veiligheid. Dat de hoofdstad de lijst
aanvoert, dankt zij vooral aan het hoge voorzieningenniveau, de bereikbaarheid
van banen en het onderwijsaanbod met twee universiteiten; op veiligheid
en woonomgeving scoort Amsterdam juist laag. Amstelveen profiteert van
het grote banenaanbod in de buurgemeenten en is bovendien een van de
veiligste grootstedelijke gemeenten, en Leiden en Utrecht zijn
historische steden met een hoog voorzieningenniveau.
De
brede welvaart is onder de vijftig grootste stedelijke gemeenten het
hoogst in Hengelo, gevolgd door Zwolle, Alphen aan den Rijn en Alkmaar (figuur 7). In Hengelo speelt het grote woonplezier
daarin een belangrijke rol. De bredewelvaartsindex is opgebouwd uit indicatoren
in acht dimensies: Materiële welvaart, Gezondheid en welzijn, Werk en
opleiding, Werk-privébalans, Woonplezier, Natuur en milieu, Sociale
cohesie en Veiligheid. De grote steden scoren hier doorgaans aanzienlijk
lager, met meer armoede en minder veiligheid: Amsterdam staat op plaats
42, Den Haag en Rotterdam sluiten de rij.
Zowel op woonaantrekkelijkheid als
op brede welvaart is Maastricht er de afgelopen tien jaar het sterkst op
vooruitgegaan. In beide gevallen speelt een verbetering van de (ervaren)
veiligheid daarin een belangrijke rol.

|